De tariefdaling

 

We beginnen met de daling van de vennootschapsbelasting. Goed nieuws toch?

Er komen twee nominale belastingtarieven. Het basistarief van 33% daalt naar 29% en er komt een verlaagd tarief van 20% op de eerste 100.000,00 euro belastbare grondslag voor zogenaamde KMO-vennootschappen. Tegelijkertijd daalt de aanvullende crisisbijdrage van 3% naar 2%.

Vanaf 2020 valt deze crisisbijdrage weg. Hierdoor is het nieuwe tarief 20%.  Voor niet-KMO-vennootschappen daalt het tarief van 29,58% (29% + 2% crisisbijdrage) naar 25%. 

De verdere daling van het vennootschapstarief is zeker positief te noemen. Daarentegen zullen kosten gemaakt in 2019 een groter fiscaal voordeel opleveren dan kosten in 2020.

 

Concreet

  1. Het basistarief was 33,99% (33% + 3% crisisbijdrage). Dit tarief wordt verlaagd naar 29,58% (29% + 2% crisisbijdrage).
  2. Dit is nieuw: het verlaagd tarief voor KMO-vennootschappen bedraagt 20,4% (20% + 2% crisisbijdrage) op de eerste 100.000,00 euro belastbare grondslag.
 

Vanaf AJ* 2019, verbonden

aan belastbaar tijdperk dat ten

vroegste start vanaf

01.01.2018

Vanaf AJ* 2021, verbonden

aan belastbaar tijdperk dat ten

vroegste start vanaf

01.01.2020

Nieuw basistarief 29% 25%
Nieuw verlaagd tarief voor KMO 20% 20%
Nieuwe crisisbijdrage 2% 0%

* AJ = aanslagjaar

 

De KMO-vennootschap: een nieuw begrip

Enkel KMO-vennootschappen komen in aanmerking voor het verlaagd tarief. Een KMO-vennootschap is een kleine vennootschap conform art. 15, §§ 1-6 van de Wetboek van Vennootschappen die bovendien voldoet aan de voorwaarden van art. 215, derde lid, 1°, 2°, 4° en 6° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen. Klinkt ingewikkeld, maar we leggen het voor je uit.

 

Een KMO-vennootschap moet voldoen aan volgende voorwaarden

  1. Het moet gaan om een zogenaamde kleine vennootschap (conform artikel 15 § 1-6 Wetboek van Vennootschappen). Dat betekent dat je voor het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van volgende criteria op geconsolideerde basis mag overschrijden:
    • Personeelsbestand (jaargemiddelde): 50
    • Jaaromzet: 9 miljoen euro
    • Balanstotaal: 4,5 miljoen euro
  2. Bovendien stelt de overheid volgende tariefvoorwaarden (artikel 215, derde lid, 1°, 2°, 4° en 6° Wetboek van Inkomstenbelastingen):
    • De kleine vennootschap mag geen financiële vennootschap zijn. Dat betekent dat de vennootschap geen aandelen mag bezitten waarvan de waarde meer bedraagt dan 50% van het gerevaloriseerd gestort kapitaal (m.a.w. het werkelijk gestort kapitaal, de belaste reserves en geboekte meerwaarden).
    • De aandelen van de vennootschap dienen voor minstens 50% in handen te zijn van natuurlijke personen.
    • De vennootschap moet aan ten minste één bedrijfsleider een bezoldiging toekennen van minstens 45.000 euro, ten laste van het resultaat van het boekjaar. Valt de fiscale winst lager uit dan 45.000 euro, dan dient de bezoldiging minstens gelijk te zijn aan het bedrag van die lagere winst. Deze voorwaarde is niet van toepassing op kleine vennootschappen gedurende de eerste 4 belastbare tijdperken vanaf hun oprichting. Bij overname van een eenmanszaak of andere vennootschap, loopt de vooropgestelde 4 jaren te tellen vanaf hun eerste inschrijving in KBO of neerleggingsdatum van de oprichtingsakte van de overgenomen vennootschap.
    • De vennootschap mag geen beleggingsvennootschap zijn, geen gereglementeerde vastgoedvennootschap, geen beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed en geen organisme voor de financiering van pensioenen.

 

Wanneer worden deze nieuwe tarieven van kracht?

Inwerkingtreding op 1 januari 2018 en van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 verbonden aan belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt vanaf 01/01/2018.

Dit betekent:

  • Balans afsluitend op 31.12.2017 = tariefdaling vanaf boekjaar startend op 01.01.2018
  • Balans afsluitend op 31.03.2018 = tariefdaling vanaf boekjaar startend op 01.04.2018
  • Balans afsluitend op 30.06.2018 = tariefdaling vanaf boekjaar startend op 01.07.2018
  • Balans afsluitend op 30.09.2018 = tariefdaling vanaf boekjaar startend op 01.10.2018

Een boekjaar, dat aangepast werd na aankondiging van het Zomerakkoord (26.07.2017) om vroeger te kunnen genieten van het verlaagd tarief, blijft zonder uitwerking.

Heb je nog vragen over dit artikel?