De afzonderlijke aanslag onvoldoende bedrijfsleidersbezoldiging

 

Wat is de minimale bedrijfsleidersbezoldiging volgens het Zomerakkoord?

Een van de voorwaarden om te genieten van het verlaagde tarief is de minimale bedrijfsleidersbezoldiging. Door voorwaarden op te leggen wil de overheid een wildgroei aan vennootschappen vermijden.
Vanaf aanslagjaar 2019, verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste start vanaf 01.01.2018, dient elke vennootschap individueel een minimale bezoldiging toe te kennen aan een bedrijfsleider van minstens 45.000 euro. De bedrijfsleider moet een natuurlijk persoon zijn.
Is de belastbare winst kleiner dan 45.000 euro, dan moet de minimale bezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat van de vennootschap.
Deze voorwaarde is niet van toepassing op kleine vennootschappen gedurende de eerste 4 belastbare tijdperken vanaf hun oprichting. In geval van een overname van een eenmanszaak of andere vennootschap tellen de vooropgestelde 4 jaren vanaf hun eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) of de neerleggingsdatum van de oprichtingsakte van de overgenomen vennootschap.

 

Wat wordt er aanschouwd als bezoldiging van de bedrijfsleider ten laste van het resultaat?

  • de bruto bezoldiging
  • voordelen van alle aard, belastbaar in de personenbelasting
  • in bezoldiging geherkwalificeerde huur en huurvoordelen
  • tanti√®mes ten laste van het jaar

 

De afzonderlijke aanslag bedraagt 5%

Wanneer een vennootschap niet voldoet aan bovenstaande bezoldigingsvoorwaarde, zal zij onderworpen worden aan een nieuwe afzonderlijke aanslag van 5 procent.
De basis van de afzonderlijke aanslag wordt gevormd door het positieve verschil tussen:

  • het minimumbedrag van de bezoldiging en
  • de hoogste bezoldiging betaald door de vennootschap aan een van haar bedrijfsleiders.

De bedrijfsleider moet een natuurlijk persoon zijn. Dit betekent dat als de vennootschap enkel rechtspersonen als bestuurders heeft, de afzonderlijk toeslag altijd geldt.

 

Verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging tot 75.000,00 euro

Bij verbonden ondernemingen waarvan ten minste de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen zijn in ieder van deze betrokken vennootschappen kan, om de hoogte van de bezoldiging te bepalen, het totaal van de door deze vennootschappen aan een van diezelfde personen gestorte bezoldigingen gezamenlijk in aanmerking worden genomen. Het totaal bedrag dat in dit geval moet worden ontvangen vanuit de verschillende vennootschappen wordt op 75.000,00 euro gebracht.
We merken hier wel op dat de praktische invulling van deze uitzonderingsmaatregel zeer veel vragen oproept. Wij wachten samen met jou op verdere verduidelijking.

 

Heb je nog vragen over dit artikel?