Huidige regeling

Sinds 1 januari 2018 kan je als zelfstandige een ziekte-uitkering ontvangen vanaf de vijftiende ziektedag. Er is dus een soort wachtperiode van 2 weken. In het vakjargon staat deze wachtperiode gekend als “carenzperiode”. Tot eind 2017 was deze nog een maand, waardoor je pas recht had op een uitkering vanaf de tweede maand ziekte.


Aanpassing vanaf 1 juli

Op 1 juli 2019 verdwijnt deze carenzperiode. Een zelfstandige die vanaf dat ogenblik ziek valt, krijgt vanaf de eerste dag een uitkering, op voorwaarde dat:

  • hij/zij minstens 8 dagen ziek zal zijn én
  • tijdig aangifte doet van de arbeidsongeschiktheid.

Een uitkering aanvragen met terugwerkende kracht zal niet langer mogelijk zijn.


Wat te doen?

Wanneer je door ziekte of ongeval vermoedelijk langer dan 7 dagen “out” zal zijn, vraag je de dokter een “getuigschrift van arbeidsongeschiktheid”. Dus géén gewoon ziektebriefje! De datum van het getuigschrift bepaalt de start van je arbeidsongeschiktheid. Het getuigschrift dient je binnen de 7 dagen per post, liefst aangetekend, te bezorgen aan je ziekenfonds.