Nieuws

Schrijf je nu in op onze nieuwsbrief

Nieuwe regeling voor de aangifte van buitenlands onroerend goed

Ben je eigenaar van een of meerdere onroerende goederen in het buitenland? Dan hou je best rekening met enkele wijzigingen. Onder Europese druk besliste de Belgische Staat om voor buitenlands onroerend goed een soort kadastraal inkomen toe te passen. Die waarde dient vanaf inkomstenjaar 2021 als basis voor de belasting op jouw tweede verblijf in het buitenland.

 

Waarom komt er een wijziging?

Europa uitte meermaals bezwaren tegen de ongelijke belasting op buitenlandse en binnenlandse onroerende goederen. Vanaf 1 januari 2021 gelden dus dezelfde belastingregels voor eigendommen in België en het buitenland.

De Administratie Opmetingen en Waarderingen krijgt de taak om voor alle buitenlandse eigendommen een kadastraal inkomen te bepalen. Dat gebeurt op basis van de gegevens die jij als eigenaar verschaft.

 

Wie dient een aangifte in?

De aangifteplicht geldt voor natuurlijke personen of vzw’s die onderworpen zijn aan de (rechts)personenbelasting die eigenaar, erfpachthouder, opstalhouder of vruchtgebruiker zijn van onroerende goederen in het buitenland.

De nieuwe regeling is dus niet van toepassing voor vennootschappen.

 

Wat is het kadastraal inkomen (KI)?

De huidige normale verkoopwaarde van het onroerend goed dient als basis voor het kadastraal inkomen. De KI-waarde is een fictief cijfer en verwijst net zoals het Belgische kadastraal inkomen naar een referentieperiode in 1975.

De KI-waarde van het buitenlands onroerend goed bedraagt 5,3% van de normale verkoopwaarde op 1 januari 1975. Is er voor je tweede verblijf geen referentieperceel beschikbaar? Dan past de administratie op de actuele normale verkoopwaarde een correctiewaarde toe om de normale verkoopwaarde voor 1 januari 1975 te bepalen. Die correctiewaarde verandert jaarlijks.

Kocht je bijvoorbeeld in 2020 een vakantieverblijf in Italië voor een aankoopprijs van 250.000 euro? Dan bereken je het kadastraal inkomen voor het aanslagjaar 2022 als volgt:

KI = (aankoopprijs/correctiefactor 2020) x 5,3% = (250.000/15,036) x 5,3% = € 881,22

 

Welke informatie geef je aan?

Om de KI-waarde van je tweede verblijf te berekenen, heeft de Administratie Opmetingen en Waarderingen de volgende gegevens nodig:

  • een korte beschrijving van het goed;
  • de locatie van het goed (land en adres);
  • de normale verkoopwaarde op vandaag van gebouwde onroerende goederen of de oppervlakte van gronden. Ken je de normale verkoopwaarde niet? Dan vermeld je als belastingplichtige de prijs en het jaar van aankoop, de kosten van eventuele na de aanschaffing uitgevoerde werkzaamheden en het jaar van voltooiing van die werken.

 

Waar geef je buitenlandse onroerende goederen aan?

Je bent verplicht om buitenlandse onroerende goederen aan te geven bij de Administratie Opmetingen en Waarderingen. Dat kan als volgt:

  • een brief aan de Administratie Opmetingen en Waarderingen – Cel buitenlands KI, Koning Albert II-laan 33 bus 55, 1030 Brussel;
  • een e-mail aan foreigncad@minfin.fed.be;
  • het invulformulier op myminfin.be.

 

Wanneer moet de belastingdienst ten laatste op de hoogte zijn van buitenlands onroerend goed?

Was je voor 31 december 2020 eigenaar van onroerende goederen in het buitenland? Dan heb je tot 31 december 2021 tijd om aangifte te doen. Het online aangifteformulier is beschikbaar vanaf juni 2021. Gaf je in vorige belastingaangiftes al een tweede verblijf in het buitenland aan? Dan hoef je niets te doen. De belastingdienst neemt zelf contact met je op.

Werd je tussen 1 januari 2021 en 24 februari 2021 eigenaar van buitenlands onroerend goed? Dan ben je verplicht om je aangifte voor 30 juni 2021 in te dienen.

Kocht je na 25 februari 2021 onroerend vastgoed in het buitenland? Dan heb je vier maanden tijd om de Administratie Opmetingen en Waarderingen op de hoogte te brengen van je aankoop.

 

Wat gebeurt er als je de nieuwe regelgeving niet naleeft?

Bij een verkeerde aangifte van je tweede verblijf in het buitenland riskeer je een boete van 250 tot 3.000 euro.

 

Heb je nog vragen? Wil je hulp om je aangifte in te vullen? Neem dan zeker contact met ons op. Wij leiden de administratieve organisatie graag in goede banen.

Terrasje doen?

Samen met jou zijn we ontzettend blij dat de horecazaken terug open mogen. Een terrasje doen, een hapje eten, genieten van het mooie lenteweer. We wensen je een fantastische start en zonnige dagen.

 

Ook nu kan je rekenen op steun. De Belgische overheid besliste namelijk om het btw-tarief voor restaurant- en cateringbedrijven te verlagen tot 6%. De steunmaatregel is van kracht van 8 mei 2021 tot 30 september 2021.

 

Wanneer geldt het verlaagde btw-tarief? Het verlaagde btw-tarief van 6% is van toepassing op:

  • dranken en maaltijden bij consumptie ter plaatse in een restaurant
  • dranken en maaltijden van cateringbedrijven bij consumptie op een gehuurde locatie
  • alcoholische en niet-alcoholische dranken bij consumptie in een café

Wanneer geldt het verlaagde btw-tarief niet? Het gebruikelijke btw-tarief van 21% blijft van toepassing op alcoholische dranken om mee te nemen (de zogenoemde takeawaydranken).

 

Maak het jezelf gemakkelijk en pas de programmering van je geregistreerd kassasysteem zo snel mogelijk aan.

 

Heb je nog vragen? Neem dan zeker contact met ons op. We geven je graag advies.

Vlaams beschermingsmechanisme 3

De Vlaamse Regering besliste het Vlaams beschermingsmechanisme (Vlaio) ook toe te kennen voor de periode van 16 november 2020 tot en met 31 december 2020.

Ondernemingen met een omzetdaling van minstens 60% kunnen kiezen om een aanvraag in te dienen voor de periode van 16 november 2020 tot en met 31 december 2020.

Ondernemingen die verplicht gesloten zijn tussen 16 november en 31 december kunnen steun aanvragen voor de sluitingsperiode.  Deze ondernemingen moeten hun omzetdaling niet aantonen voor de sluitingsperiode.

De steun bedraagt 10 % van de omzet (excl BTW) tijdens dezelfde periode 2019.  Zelfstandigen in bijberoep krijgen 5 % steun. 

  • Zaken die terug open mochten gaan vanaf 1 december kunnen kiezen om steun aan te vragen voor de sluitingsperiode van 16/11/20 tot en met 30/11/20 zonder de omzetdaling aan te tonen. Ze zullen dan steun krijgen voor die periode van 14 dagen. Indien deze ondernemingen echter voor de periode van 16 november 2020 tot en met 31 december 2020 een omzetdaling van minstens 60% hadden, dan kunnen ze er ook voor kiezen om de steun aan te vragen voor de volledige periode. In dat geval dienen ze de omzetdaling wel te kunnen aantonen en te kunnen motiveren.
  • Indien een restaurant in de referentieperiode (van 2019) 50% of meer van zijn omzet uit take away-activiteiten haalde, moet deze onderneming wél een omzetdaling van minstens 60% aantonen.
  • Ondernemingen die niet verplicht dienden te sluiten, moeten aantonen dat hun omzetdaling van minstens 60% het gevolg is van de substantiële exploitatiebeperkingen die ze ondervinden door de coronamaatregelen opgelegd door het Overlegcomité vanaf 28 oktober 2020 inzake het coronavirus en de daaruit voortvloeiende maatregelen van de bevoegde autoriteiten inzake burgerlijke veiligheid.

De aanvraag kan je indienen via de website van Vlaio.  Je vindt er ook een handleiding die je stap per stap begeleidt bij de aanvraag.  Inloggen doe je met je identiteitskaart of itsme-app. 

Wat heb je nodig voor deze aanvraag?

  • De steun wordt berekend op het omzetcijfer ZONDER btw van de gekozen referentieperiode in 2019. In de aanvraag zal je die omzet moeten invullen. 
  • Daarnaast zal ook het omzetcijfer volgens de btw-aangifte van het vierde kwartaal 2019 moeten ingevuld worden. Hou deze cijfers bij de hand! 
  • Ben je een starter, hou dan je financieel plan bij de hand. 
  • Beschik je over een geregistreerd kassasysteem, de zogenaamde witte kassa, neem er dan ook het registratienummer van je witte kassa bij.

Een aanvraag indienen kan tot en met 15 februari 2021.