Moet je een lopende overeenkomst verder blijven uitvoeren na faillissement van een klant?

Een faillissement van een klant betekent niet automatisch een einde van de overeenkomst. De curator die wordt aangesteld moet een beslissing nemen over het al dan niet stopzetten van de overeenkomst en moet u daar zo snel mogelijk van op de hoogte stellen.

Mocht de curator u niet spontaan op de hoogte stellen, moet u zelf een aangetekende brief sturen met de vraag wat er beslis werd in verband met de overeenkomst die u heeft met uw klant. De curator moet u hier binnen de 15 dagen een antwoord op geven. Indien u binnen deze termijn geen antwoord hebt ontvangen, wordt de lopende overeenkomst als verbroken beschouwd.

failliet

Wat is er nieuw in 2017?

2017Langer en flexibeler moederschapsverlof voor zelfstandige moeders

Bevallen moeders die als zelfstandige zijn ingeschreven, kunnen voortaan maximum 12 weken i.p.v. 8 weken moederschapsrust opnemen. Deze nieuwe regeling is van toepassing op de periodes van moederschapsrust die vanaf 1/1/2017 beginnen lopen.

Geen forfaitaire regeling meer voor gebruikers GKS

Zowel de exploitant van een inrichting waar maaltijden worden verbruikt als de traiteur die cateringdiensten verricht, moeten voor hun horecaprestaties een ticket uitreiken via een geregistreerd kassasysteem (GKS) wanneer de omzet, exclusief btw, uit het verstrekken van maaltijden voor verbruik ter plaatse meer bedraagt dan € 25.000 euro.

De fiscus laat nu weten dat btw-plichtigen die verplicht zijn voormeld GKS te gebruiken, of die dit vrijwillig gebruiken, vanaf 2017 geen gebruik meer kunnen maken van de regeling waarbij zij hun omzet forfaitair kunnen bepalen. Aangezien het gebruik van het GKS toelaat om het omzetcijfer nauwkeurig vast te stellen, is het niet langer verantwoord die omzet nog forfaitair vast te stellen.

Belastingvermindering voor dakisolatie verdwijnt

Het is een oude bekende in onze aangifte personenbelasting : de belastingvermindering voor energiebesparende maatregelen. De laatste jaren bestond zij enkel nog voor uitgaven voor dakisolatie. Uitgaven voor dakisolatie gedaan in 2016 genereren een belastingvermindering van 30% maar met een maximumbedrag van 3.070,00 euro per woning.

Vanaf 2017 verdwijnt deze belastingvermindering. Er werd wel al een overgangsmaatregel voorzien.  Lees er hier meer over.

Studentenarbeid wordt flexibeler

Jobstudenten mogen vanaf volgend jaar 475 uur werken in plaats van de huidige 50 dagen. Op die manier zullen jobstudenten niet meteen een dag kwijt zijn als ze maar enkele uren gewerkt hebben. Die nieuwe regeling met het tellen van uren i.p.v. dagen treedt in werking op 1 januari 2017.

Verplicht elektronisch factureren aan de Vlaamse overheid

Vanaf 1 januari 2017 verplicht de Vlaamse Overheid haar leveranciers om facturen op elektronische wijze te verzenden (verplichte e-facturatie of e-invoicing). Een PDF versturen via email zal dus niet langer volstaan. Facturen moeten voortaan worden aangeleverd in XML formaat op het platform ‘Mercurius’. KMO’s zullen de mogelijkheid behouden om facturen manueel (gratis) in te putten op het overheidsplatform, maar voor een rechtstreekse input zal beroep gedaan moeten worden op een externe partij.

Via deze link vindt u een overzicht van alle wijzigingen in 2017.

Bron: Unizo

Jongeren opleiden op de werkvloer

studentenarbeidAls u in het verleden jongeren wilde aanwerven en opleiden op de werkvloer, bestonden hier 3 systemen voor: leertijd ( het vroegere leercontract), deeltijds beroeps secundair onderwijs (DBSO) of industrieel leerlingenwezen (ILW).

Sinds 1 september 2016 zijn deze verschillende regelingen hervormd en kunnen hier nog 2 verschillende contracten voor zijn. Het verschil tussen de twee systemen is afhankelijk van het gemiddeld aantal uren die gepresteerd worden op de werkvloer.

  • Vanaf gemiddeld 20 uur per week : overeenkomst alternerende opleiding (OAO). De onderneming betaalt een leervergoeding aan de jongere.
  • Minder dan gemiddeld 20 uur per week : stageovereenkomst alternerende opleiding (SAO). Hier moet geen vergoeding betaald worden aan de jongere.

Voor contracten met jongeren aangegaan voor 1 september 2016 wijzigt er niets en blijft de oude regeling bestaan.

Als u vanaf 1 september 2016 nieuwe contracten aangaat met jongeren is het verplicht om erkend te worden als leerwerkbedrijf.

Deze erkenning wordt toegekend voor een periode van 5 jaar en is hernieuwbaar. Ze wordt gegeven door het “Vlaams Partnerschap Duaal leren” of door sectoraal partnerschap (als uw sector zelf actief participeert binnen duaal leren).

  1. Voorwaarden om deze erkenning te krijgen:
  2. Er moet een mentor aangeduid worden in de zaaken met ten minste 5 jaar praktijkervaring in het beroep.
  3. De leeftijd kan eventueel naar 23 jaar worden gebracht, als hij of zij een vooropleiding in het beroep kan voorleggen.
  4. Deze moet van onberispelijk gedrag zijn en minimumleeftijd hebben van 25 jaar
  5. Uw bedrijfsuitrusting/organisatie moet voorzien zijn op werkplekleren
  6. De onderneming moet voldoende financiële draagkracht hebben
  7. Uw bedrijf mag geen RSZ of arbeidsrechtelijke veroordelingen hebben opgelopen

Waar moet u deze erkenning aanvragen?

  • Website www.werkplekduaal.be of bij de trajectbegeleider van school
  • Binnen 14 dagen wordt de aanvraag behandeld
  • Pas na ontvangst van de erkenning, kan u een overeenkomst sluiten met een jongere

Per bedrijfsvestiging en per opleiding dient er een aparte erkenning aangevraagd te worden.

Meer info: www.werkplekduaal.be

Het pensioen van morgen

pensioensparenDe wettelijke pensioenleeftijd is op vandaag 65 jaar.  Deze wordt verhoogd naar 66 jaar vanaf 2025 en naar 67 jaar vanaf 2030.

De berekening van het pensioen hangt af van 3 pijlers : het inkomen, de gezinssituatie en het aantal loopbaanjaren.  Hoe hoger het inkomen, hoe hoger het pensioen.  Volgens de gezinssituatie kan er een alleenstaande pensioen of een gezinspensioen opgenomen worden.

De berekeningsbasis van een werknemer is nog steeds verschillend als die van een zelfstandige.  Dit is dan ook nog het enige verschil tussen het pensioen van een zelfstandige en dat van een werknemer.  Vanaf 1984 is er wel een gunstigere berekening voor de zelfstandige.

Naast het wettelijk pensioen is er ook een aanvullend pensioen mogelijk, denk maar aan pensioensparen, (S)VAPZ, POZ, IPT, Riziv Sociaal Statuut.

Als werknemer kan de werkgever een groepsverzekering afsluiten die zorgt voor een aanvullend pensioen.

Als zelfstandige heb je verschillende soorten :

  • VAPZ : via het vrij aanvullend pensioen is er een pensioenopbouw tot 8,17% van het netto belastbaar inkomen (tot een maximum van 3.060,07 euro per jaar).  Er is ook een kapitaalsgarantie met een rendement van ongeveer 0,75% tot 1%, die het VAPZ zeker aantrekkelijk maakt.  Doorheen het jaar kunnen vrije stortingen gedaan worden, maar beperkt tot het maximum die afhangt van het netto belastbaar inkomen.  Daar de bijdragen 100% fiscaal aftrekbaar zijn, is bij toepassing van het VAPZ het netto belastbaar inkomen kleiner, dalen de sociale bijdragen en is er een daling in de personenbelasting.  Elke zelfstandige in hoofdberoep en de meewerkende echtgenote kunnen hiervan genieten. Een zelfstandige in bijberoep kan dit enkel toepassen wanneer zij gevestigd zijn en bij een netto belastbaar inkomen vanaf 13.010,66 euro.
  • SVAPZ : is gelijklopend met VAPZ maar er kan 15% meer gestort worden (tot een maximum van 3.520,77 euro per jaar).  Die extra 15% wordt opgedeeld als volgt : 5% dient als extra pensioenopbouw, 10% gaat naar een aanvullende waarborg.  Die aanvullende waarborg is enkel van toepassing bij een arbeidsongeschiktheid van langer dan 6 maanden en kan als vervangingsinkomen of als premievrijstelling.  Via Xerius kan op het moment van inkomensverlies bepaald worden hoe de verdeling vervangingsinkomen / premievrijstelling dient te gebeuren. Via http://www.xerius.be/ is een korte berekening hierin mogelijk (‘Bereken je VAPZ polis’).  Elk sociaal verzekeringsfonds heeft hierbij een andere aanpak.  Bij interesse in deze verzekering, neemt u best contact op met uw eigen sociaal verzekeringsfonds.
  • Riziv Sociaal Statuut : enkel voor geconventioneerde tandartsen, artsen, kinesitherapeuten, apothekers en sinds kort ook voor verpleegkundigen en logopedisten.  Het RIZIV bepaalt de hoogte van de toelage.  De premie is niet fiscaal aftrekbaar en moet zelf aangevraagd worden.  Dit betreft een eenvoudige administratie.
  • IPT : individuele pensioentoezegging is enkel mogelijk voor de zelfstandige zaakvoerder van een vennootschap, die deze ook vereffend.  De premie wordt berekend op het bruto belastbaar inkomen + alle voordelen, maar is weliswaar beperkt tot de 80%-regel.  Deze is fiscaal aftrekbaar voor de vennootschap die ze betaald.  De voordelen van deze verzekering zijn dezelfde als bij de groepsverzekering.  Hier kunnen ook aanvullende waarborgen opgenomen worden.  De formule van deze verzekering kan volledig op maat gemaakt worden. De eindbelasting is verschillend naargelang er gewerkt wordt tot 65 jaar of niet. Wanneer er gewerkt wordt tot 65 jaar is de afgehouden bedrijfsvoorheffing 10%, anders wordt dit 16,5%.
  • POZ : nieuw in 2017, pensioentoezegging voor zelfstandigen. Het gaat nog steeds om een voorstel, er staat nog niets geschreven in de wet. Normaal zou de POZ vanaf 2017 in werking treden. Deze pensioentoezegging is gelijkaardig aan IPT en heeft dezelfde voordelen. De premie is aftrekbaar als beroepskost voor de zelfstandige ondernemer.